Begin jaren 80′ kreeg de toen twaalfjarige Schot John Davidson (Robert Aramayo) last van dwangmatige tics aande van spiersamentrekkingen tot beledigende verbale uitingen (vele jaren later gediagnosticeerd als het syndroom van Gilles de la Tourette). Aangezien dergelijke impulsen zich vaak manifesteren op de meest ongepaste momenten, maakten ze het leven van de jongeman erg moeilijk. Hij geraakte in de problemen op school, kreeg ruzie met zijn familieleden en later veroorzaakte het zelfs confrontaties met wildvreemden op straat wat soms leidde tot tussenkomt van de ordediensten en het gerecht – met wie het dan ook weer niet bepaald altijd even vlotjes verliep. Er was in die periode namelijk nog maar weinig gekend over la Tourette. Zo werd het nog niet erkend als een medische aandoening en kregen de mensen die eronder leden vaak te maken met onbegrip en minachting.
Gelukkig toont de film ook dat er een aantal mensen zijn die John wel met waardigheid behandelen en correct omgaan met zijn toestand. Zo kan hij intrekken bij zijn goede vriend Murray en diens moeder Dottie, die zelf nog heeft gewerkt als psychiatrische verpleegkundige en dus goed genoeg weet dat hij geen enkele controle heeft over deze impulsen. Ook wanneer zij in de supermarkt een verloren mep moet incasseren, blijft Dottie ontzettend begripvol – ze maakt er zelfs een grapje over. Het schril contrast met andere relaties in zijn leven is frappant en werkelijk hartverwarmend. Niet veel later geraakt John aan de bak als assistent van Tommy, een conciërge in een gemeentecentrum. Ook dit personage ziet snel in dat John een vreedzaam, intelligent en integer persoon is. In een van de meest heilzame scènes die ik de afgelopen jaren heb gezien, slaagt Tommy er in om dit ook aan een rechter duidelijk te maken wanneer John moet verschijnen wegens overlast die hij heeft veroorzaakt. Gewoonweg prachtig. De zaak krijgt wat aandacht van de media waarna John stilletjes aan uitgroeit tot een soort ambassadeur voor mensen met La Tourette. Hij houdt bijeenkomsten waar ze ervaringen delen, geeft lezingen en opleidingen voor hulpverleners, familieleden en ordehandhavers en zal uiteindelijk zodanig veel hebben betekend wat betreft sensibilisering dat de Queen herself hem beloond met een eremedaille. Dit is geen spoiler trouwens – de film begint hiermee.
Scenarist/regisseur/producent Kirk Jones verdient lof voor zijn mooie biopic. I Swear is een klassiek gestructureerde, behoorlijk voorspelbare tearjerker, maar dan wel eentje met zoveel warmte en authenticiteit dat je de glimlach 120′ lang niet van je gezicht kan houden, zelf wanneer er een traantje over je wang rolt – wat bij mij het geval was wanneer John Dottie knuffelt… You’ll see. Het is schaamteloze feelgood van de bovenste plank in die zin dat ze enorm respectvol omgaan met het onderwerp maar tegelijkertijd wel de inherent komische aspecten van de aandoening volledig weten te omarmen. Het resultaat is ontroerend en geestig – uiteraard – maar vooral eerbiedvol en inspirerend en als je het mij vraagt een blinde aanbeveling voor iedereen (die oud genoeg is om de massa’s vuile woorden een plaats te geven welteverstaan).