Het wordt een beetje veel voor psychotherapeute Linda (Rose Byrne). Door waterschade is een deel van haar plafond ingestort waardoor ze samen met haar zorgbehoevende dochter tijdelijk in een motel verblijft. De dochter in kwestie moet ‘s nachts met een machine worden gevoed via een buisje in haar buik en mag dus best niet alleen worden gelaten. Geen evidentie aangezien Lisa’s man (Christian Slater) kapitein is en dus regelmatig wekenlang op zee verblijft waardoor ze het grotendeels alleen moet zien te bolwerken. Aan hun haastige telefoongesprekken houdt ze weinig over buiten een extra potje schuldgevoel. De neerbuigende zorgverlener in de dagkliniek, Dr. Spring (gespeeld door scenarist/regisseur Mary Bronstein zelf), doet daar nog een schepje bovenop wanneer blijkt dat Linda’s dochter niet aan haar doelgewicht dreigt te geraken tegen de afgesproken datum. Op het werk moet ze dan weer de ene frustrerende patiënt na de andere aanhoren en haar eigen mentale gezondheid tracht ze te onderhouden door zelf op de zetel van een collega (Conan O’Brien) te liggen, maar dat lijkt ook niet bepaald een goede match te zijn. Je voelt dat het een kwestie van tijd is eer Linda het begeeft onder de druk.
Dit klinkt misschien allemaal behoorlijk deprimerend – en er zijn welteverstaan ook een aantal zeer emotionele scènes – maar If I Had Legs, I’d Kick You voelt bij momenten eerder aan als een thriller – of zelfs een horrorfilm – dan een drama en het is vooral de indirecte stress die de kijker zal bijblijven. Niemand is namelijk perfect – ook Linda niet en wanneer ze met net iets te veel tegenslag moet jongleren, is het niet verwonderlijk dat ze af en toe terug blaft waardoor haar situatie verder escaleert. De camera is vaak dicht op haar gezicht waardoor je tot de kleinste zenuwtrek oppikt en enorm meeleeft met haar perikelen. Een aantal ongemakkelijke interacties grenzen dan weer haast aan het absurde waardoor je soms moeilijk een nerveuze lach kan inhouden – al deelde klaarblijkelijk niemand in de cinemazaal mijn drang.
Ruim drie decennia siert de Australische actrice het scherm en ook nu weer is zij een prachtige verschijning ook al geeft ze gestalte aan een depressief personage die emotioneel en fysiek uitgeput is. Byrne heeft met deze prestatie zowaar een Oscarnominatie voor beste vrouwelijke hoofdrol beet en wat mij betreft, is dat dubbel en dik verdiend. Je ziet de innerlijke strijd die ze voert met aan de ene kant de verpletterende verantwoordelijkheden die het leven haar oplegt en aan de andere kant het onvermogen om alle ballen hoog te houden. Ze zoekt een toevlucht waar ze kan en je kan het haar moeilijk kwalijk nemen, zelf al slaagt ze er niet in om ten allen tijde het hoofd koel te houden wat leidt tot een aantal impulsieve beslissingen. De variatie in haar stemgeluid en toon afhankelijk van de context. Die expressieve blik vaak met ogen half gesloten door de vermoeidheid. Haar houding tegenover de receptionist van het motel, of tijdens de vergadering met Dr. Spring en de andere mama’s of nog naar de parkeerwachter toe. Het is allemaal zo ontzettend overtuigend en grijpt je gegarandeerd bij de keel. Grote grutten. Wat een fenomenale vertolking. Ga dat zien!