Marvel keert terug met iets opvallend anders. Terwijl de studio zich opmaakt voor de volgende Avengers-film, krijgen we eerst een verrassend nieuw team voorgesteld: de Thunderbolts. Geen klassieke helden dit keer, maar een groep buitenbeentjes, antihelden en ex-schurken die de restjes lijken van eerdere Marvel-films – en dat is precies wat de film zo verfrissend maakt.
Geleid door de mysterieuze en manipulatieve Valentina Allegra de Fontaine (gespeeld door Julia Louis-Dreyfus) worden deze “losers” op een zelfvernietigende missie gestuurd die hen eigenlijk tegen elkaar uitspeelt. Maar onderweg ontdekken ze dat ze sterker zijn samen dan alleen. Vooral wanneer ze de zonderlinge Bob ontmoeten, een ogenschijnlijk onbeduidend personage dat onverwacht uitgroeit tot een sleutelfiguur – briljant vertolkt door Lewis Pullman, die de rol subtiel en gelaagd neerzet.
De cast is indrukwekkend: Florence Pugh keert terug als Yelena Belova, David Harbour is opnieuw te zien als de tragikomische Red Guardian, en Sebastian Stan als de cynische Bucky Barnes/Winter Soldier. Samen vormen ze een groep die meer worstelt met hun mentale gezondheid dan met een klassieke slechterik. In deze film zijn de échte vijanden interne demonen: trauma, verlies, schuld en de zoektocht naar zingeving.
Regisseur Jake Schreier (Paper Towns) brengt een frisse toon naar het Marvel-universum met een film die zich afzet tegen de klassieke superheldenformule. Geen epische wereldenreddingen, maar een intiemer verhaal over gebroken mensen die hun weg proberen te vinden – en dat maakt Thunderbolts tot een van de meest originele Marvel-films in jaren. Het slot, verrassend emotioneel en introspectief, durft af te wijken van de gebruikelijke bombast.
Thunderbolts is een gedurfde zet van Marvel – en precies wat het MCU nodig had.